Hinderickx &
Winderickx





Vn
home
catalogus
de roos
ijzer
nieuw
privé-domein
e-mail

winkeldagboek
   Hommage
   rectificatie
   nov. '03
   dec. '03
   jan. '04
   feb.-mei '04
   utrechtschaak
   de Volkskrant
   Vrij Nederland
   Boekblad
   Het Parool
   Biblion
   Literair Ned.
   De Morgen
   Nederlands Dagblad
   Boekenpost
   Biblion (2)
   Moorsmagazine
   Propria Cures
   Boekenwereld

oude gracht 234

drukwerk
links
gedicht
Nederlandse versieAntiquariaat Hinderickx & Winderickx
Recensies van het Winkeldagboek.

Lisa Kuitert, evenals Hubben boekwetenschapper - kunnen boekwetenschappers lezen? - besprak het boek in Vrij Nederland van 3 januari 2004. Heet het in de inhoudsopgave nog 'De raarste boekverkopers van Nederland' (wat wij, H&R van H&W, als een compliment opvatten), boven de recensie staat de eigenaardige titel 'De enige goede klant is een dode'.
Enkele citaten:


Als je het leest, herken je in hen het prototype van de antiquaar die eigenlijk in elke boekenliefhebber verscholen zit: de hele dag tussen de boeken zitten, fijn muziekje op de achtergrond, de kachel die snort.
...
Volwassen geworden onder het lezen van W.F. Hermans en Jeroen Brouwers, wier stijl nogal doorklinkt in de oorspronkelijk niet voor publicatie bedoelde notities van Hinderickx & Winderickx. Het is een naam waar niks op rijmt, of liever nickx, en dat is helaas een veel voorkomend woord in het dagboek.
...
Als na een jaar of vijftien de eerste midlifecrisis zich aandient, ontstaat een kregelige sfeer omdat de ene 'kompaan' [dat ben ik, RH] vindt dat de ander [dat is Hans] te weinig inzet vertoont, en de ander vindt dat ze er maar een gesloten antiquariaat van moeten maken: zo een waar je alleen op afspraak kunt komen. Zo kabbelen de dagen voort terwijl de meligheid toeneemt.
...
Dat Engberts en Hesselink de uitvinders van het genre zijn, zoals ze zelf beweren, is niet juist, want in 1995 verschenen Notities voor Herman, het winkeldagboek van boekhandelaar H. de Vries tijdens de oorlogsjaren.
...
Uitgeverij Fagel, die op de hoogte zal zijn geweest van de cultstatus van een eerdere bibliofiele uitgave van enkele Hinderickx & Winderickx-dagboekfragmenten, nam het initiatief tot uitgave en maakte de selectie uit de oorspronkelijk 6000 pagina's. Hoe goed dat is gebeurt, weet je als lezer niet, maar het had in elk geval minder gekund. Zo'n boek als dit is charmant, maar niet 272 pagina's lang. En vooral in het begin zijn de twee ergerniswekkend mysogyn of juist kwijlerig naar de clientèle. En dat de notities niet voor publicatie waren bedoeld, is geen vrijbrief voor halfzachte literaire probeersels.
De charme zit hem meer in hun observaties over het oude boek. Het ideaal was om een antiquariaat te worden 'waar je niet voor niets naar toe gaat'. Ze werken immers voor 'een zaak' - niet voor het geld. Maar je ziet tussen de regels door het grote gevaar opdoemen. Ze handelen in iets dat door bijna de helft van de bevolking als volstrekt uit de tijd wordt gezien. Ze zien de mensen voorbijlopen, in de etalage kijken en denken: ach kijk nou eens wat schattig ouderwets: boeken! In plaats van te somberen over al die mallotige klanten die op zoek zijn naar repertoires of boeken over oude fruitrassen, kun je ook verheugd vaststellen dat in alle lagen van de bevolking altijd wel iemand op zoek is naar een boek, en oud boek.

Wat zou dat een fijn boek hebben opgeleverd als wij voortdurend 'verheugd' hadden vastgesteld dat er 'in alle lagen van de bevolking' naar boeken wordt gezocht! Deze recensie noopte mij (RH) tot het schrijven van een brief die een week later, 10 januari 2004, in de VN-rubriek Vrije Tribune geplaatst werd:

In de Vrij Nederland van 3 januari recenseert Lisa Kuitert het mede door mij geschreven Winkeldagboek. De kop van de bespreking luidt: ‘De enige goede klant is een dode’, een ‘citaat’ uit het boek dat in haar stuk voorkomt als: ‘De enige goede klant is een dode klant.’ Dat komt al iets dichter bij de zin die in het boek te vinden is, nl. ‘Een goede klant is een dode klant.’ (p. 191) Maar het is toch wel een erg vreemde opmerking van een handelaar, nietwaar, dat een goede klant een dode klant is. Wie goed leest, ziet dan ook dat dat in het geheel niet de strekking is van de originele zin. Er staat nl. in het boek het volgende: “Ik heb nog eens goed rondgekeken in de winkel maar nergens een bord te bekennen met de tekst: ‘Hier is niets te koop. We houden lekker alles zelf.’ Of: ‘Een goede klant is een dode klant.’”
Een ander citaat van Kuitert: ‘Ik heb meerdere drugs van L.P. Boon.’ Ook dit is een vreemde zin, die pas te begrijpen valt voor wie de originele zin kent: ‘Ik heb meerdere eerste drugs van L.P. Boon.’ (p. 110)
Levensgroot rijst de vraag op of Lisa Kuitert het boek wel gelezen heeft wanneer ze tegen het einde van haar stuk opmerkt dat de ‘charme’ van het Winkeldagboek ‘meer’ zit in onze ‘observaties over het oude boek’. Antiquariaat Hinderickx & Winderickx is gespecialiseerd in moderne literatuur en onze kennis van het boek gaat niet veel verder terug dan 1900. Obervaties over ‘het oude boek’ zijn dan ook in het Winkeldagboek niet te vinden. Op meerder plaatsen in het boek spreken wij onze verbazing uit over het feit dat sommige mensen een boek al oud noemen als het ouder is dan tien jaar. Professor doctor Lisa Kuitert, boekwetenschapper, zal toch niet behoren tot deze groep antiquarische leken?
René Hesselink